{
 "woorden": "jas das kas dak lak sla aas al als laf kaal slak salsa alfa klad de die dief dik dij ijs lijf kijk kies lief lied lees leek les jade jaja eik elf elk fles slee idee ideaal saai daal jij ijsje dijk elke kale lijst deel heel geel feest fee kei ader deur duur rijk reus ruik raar rare dier kleur leuk uil uur ruil ruis kruis kruik duiker vuur sluis rijs drie fris furie rood oor oud tot fout ster tas tafel koud toet totaal rots auto foto kort stoel stoer straat tijd dorst lotto tak taart taal koor kist kast lucht dit dat dus deze toe trui fiets lat stil stok steil rust ruit tuit kosten oost oude ouders ook of op uit is af tegel goed hoed huis hard haar hart geit gras grot hagel hoog hoe hij het heeft gaat grote groot dag lach slag graag heg hek haas haai hoek hok huid dagje gek geef gids glas goud geluk heet hier hoor hut ring geld gul thuis hoedje eiland grijs kaas soep sok sokken een in en maar dan want omdat nu nog niet wel erg veel weinig meer minder klein lang laag snel traag warm nat droog licht donker mooi lelijk stout blij boos bang moe ziek gezond sterk zwak zacht luid vrolijk slim dom arm nieuw jong vers rond vierkant open dicht leeg vol dun breed smal blauw groen wit zwart roze paars oranje bruin zilver hond kat muis paard koe varken schaap kip eend gans vis vogel mus mees konijn hamster cavia egel vos wolf beer leeuw tijger aap olifant giraf zebra slang krokodil walvis dolfijn kikker pad mier bij wesp vlinder spin luipaard jachtluipaard neushoorn nijlpaard panda koala kangoeroe ijsbeer zeehond otter bever ree hert eekhoorn mol rat merel kraai meeuw zwaan reiger ooievaar school klas bord krijt pen potlood gum schrift boek juf meester pauze speelplaats gym rekenen lezen schrijven tekenen zingen muziek computer laptop toetsenbord scherm printer papier schaar lijm liniaal map raam vloer muur trap kamer keuken bed bank lamp klok spiegel douche bad tuin boom bloem plant struik weg brug bus trein tram boot vliegtuig raket stad dorp land zee strand duin bos park berg heuvel rivier sloot kanaal regen zon wind sneeuw wolk storm onweer bliksem donder lente zomer herfst winter maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag ochtend middag avond nacht week maand jaar vandaag morgen gisteren straks later eerst daarna brood melk water sap thee koffie appel peer banaan druif aardbei citroen sinaasappel kers pruim meloen ananas mango tomaat komkommer wortel ui aardappel rijst pasta pizza friet patat koek koekje chocola snoep drop pannenkoek poffertjes stroopwafel boterham hagelslag pindakaas jam ei vlees worst saus zout suiker boter honing yoghurt vla pap muesli ontbijt lunch diner eten drinken koken bakken snijden smeren proeven ruiken lekker vies zoet zuur bitter voetbal hockey tennis zwemmen turnen dansen judo fietsen rennen springen klimmen skaten schaatsen zeilen roeien wedstrijd team bal doel goal keeper scheids winnen verliezen gelijk punt beker medaille sport sporten trainen oefenen spelen gamen knutselen bouwen puzzelen vriend vriendin broer zus vader moeder papa mama opa oma oom tante neef nicht baby kind kinderen jongen meisje mens mensen familie buurman buurvrouw juffrouw dokter politie brandweer bakker slager boer piloot kapitein koning koningin prins prinses ridder draak heks tovenaar kabouter spook robot monster held geheim schat kaart kompas sleutel kasteel toren poort gracht zwaard schild kroon troon munt diamant avontuur reis tocht vlucht jacht spoor spel spelletje tablet telefoon berichtje filmpje liedje verhaal sprookje grap mop vraag antwoord plan droom wens cadeau feestje verjaardag kaarsjes slingers ballon dansje ik zij wij jullie mijn jouw zijn ons onze hun wie wat waar waarom wanneer welke daar overal nergens iets niets alles iemand niemand iedereen samen alleen langzaam rustig liever best beter fijn gaaf cool super top knap handig prachtig geweldig fantastisch vlug flits vingers typen toets toetsen letter letters woord woorden zin zinnen spatie hoofdletter komma vraagteken blind tien vinger duim pink wijsvinger middelvinger ringvinger hand handen links rechts boven onder midden thuisrij",
 "namen": "Anna Bram Daan Emma Fleur Julia Lars Mila Noah Sem Tess Luuk Saar Finn Lotte Jesse Eva Ruben Sophie Thijs Zoe Max Lieke Milan Nora Tim Patricia Flits Amsterdam Utrecht Rotterdam Groningen Zwolle Leiden Delft Haarlem Alkmaar Arnhem Breda Nijmegen Texel Friesland Zeeland Limburg Nederland Parijs Londen Berlijn Afrika Europa Amerika",
 "zinnen": [
  {
   "t": "de geit eet gras"
  },
  {
   "t": "het is te koud"
  },
  {
   "t": "hij heeft dorst"
  },
  {
   "t": "ik ga uit"
  },
  {
   "t": "de hoed is oud"
  },
  {
   "t": "dat is goed"
  },
  {
   "t": "de auto is rood"
  },
  {
   "t": "de fiets is stuk"
  },
  {
   "t": "de kat is lief"
  },
  {
   "t": "ik eet graag kaas"
  },
  {
   "t": "het huis is groot"
  },
  {
   "t": "hoe gaat het"
  },
  {
   "t": "ik ga thuis taart eten"
  },
  {
   "t": "de deur is dicht"
  },
  {
   "t": "het is heel stil"
  },
  {
   "t": "de hond rent door het park"
  },
  {
   "t": "mijn broer speelt graag buiten"
  },
  {
   "t": "we gaan naar de bakker, want ik heb honger"
  },
  {
   "t": "de zon schijnt en de vogels zingen"
  },
  {
   "t": "mijn fiets is blauw, die van mijn zus is rood"
  },
  {
   "t": "na school gaan we samen voetballen"
  },
  {
   "t": "de kip legt een ei in het hok"
  },
  {
   "t": "ik lees een boek over een draak"
  },
  {
   "t": "het regent, dus we blijven binnen"
  },
  {
   "t": "mijn oma bakt de lekkerste pannenkoeken"
  },
  {
   "t": "de boer melkt de koe in de stal"
  },
  {
   "t": "we spelen een spel op de computer"
  },
  {
   "t": "de juf leest een mooi verhaal voor"
  },
  {
   "t": "in de winter kun je schaatsen op het meer"
  },
  {
   "t": "Ik woon in een huis met een rode deur."
  },
  {
   "t": "Mijn hond heet Max en hij is heel lief."
  },
  {
   "t": "Anna en Bram gaan samen naar school."
  },
  {
   "t": "Op zaterdag speel ik voetbal met mijn team."
  },
  {
   "t": "De zon gaat onder achter de duinen."
  },
  {
   "t": "In Amsterdam zijn veel grachten en bruggen."
  },
  {
   "t": "Mijn moeder werkt in een groot ziekenhuis."
  },
  {
   "t": "Na het eten mogen we nog even buiten spelen."
  },
  {
   "t": "Emma heeft een nieuwe fiets gekregen."
  },
  {
   "t": "We gaan op vakantie naar Texel."
  },
  {
   "t": "Hoe laat is het?"
  },
  {
   "t": "Wat een mooie dag!"
  },
  {
   "t": "Heb jij je huiswerk al af?"
  },
  {
   "t": "Kom snel, de bus vertrekt bijna!"
  },
  {
   "t": "Wie wil er nog een stuk taart?"
  },
  {
   "t": "Hoera, we hebben gewonnen!"
  },
  {
   "t": "Waar heb jij je jas gelaten?"
  },
  {
   "t": "Pas op, de vloer is nat!"
  },
  {
   "t": "Mag ik met jou spelen?"
  },
  {
   "t": "Ik ben 10 jaar oud."
  },
  {
   "t": "Ik heb 3 katten en 2 honden."
  },
  {
   "t": "We gaan om 4 uur naar huis."
  },
  {
   "t": "Er zitten 25 kinderen in onze klas."
  },
  {
   "t": "Mijn opa wordt 80 jaar."
  },
  {
   "t": "Om 7 uur eten we samen."
  },
  {
   "t": "In 2026 ging ik naar groep 7."
  },
  {
   "t": "Een week heeft 7 dagen en een jaar heeft 12 maanden."
  },
  {
   "t": "Een jachtluipaard rent wel 100 kilometer per uur!",
   "thema": "dieren"
  },
  {
   "t": "Olifanten kunnen heel goed onthouden waar het water is.",
   "thema": "dieren"
  },
  {
   "t": "Een uil kan zijn kop bijna helemaal rond draaien.",
   "thema": "dieren"
  },
  {
   "t": "Een struisvogel kan niet vliegen, maar wel heel hard rennen.",
   "thema": "dieren"
  },
  {
   "t": "Mijn hamster rent elke nacht in zijn wiel.",
   "thema": "dieren"
  },
  {
   "t": "De giraf heeft de langste nek van alle dieren.",
   "thema": "dieren"
  },
  {
   "t": "Een dolfijn slaapt met een half brein tegelijk.",
   "thema": "dieren"
  },
  {
   "t": "Kikkers leggen hun eitjes in de sloot.",
   "thema": "dieren"
  },
  {
   "t": "Bij het voetbal maakte Lotte twee doelpunten.",
   "thema": "sport"
  },
  {
   "t": "Op woensdag heb ik zwemles in het zwembad.",
   "thema": "sport"
  },
  {
   "t": "De keeper hield de bal met een mooie duik tegen.",
   "thema": "sport"
  },
  {
   "t": "Na de training hebben we allemaal dorst.",
   "thema": "sport"
  },
  {
   "t": "Thijs fietst elke dag zes kilometer naar school.",
   "thema": "sport"
  },
  {
   "t": "Bij hockey moet je de bal met je stick raken.",
   "thema": "sport"
  },
  {
   "t": "Wie het hardst rent, wint de gouden medaille!",
   "thema": "sport"
  },
  {
   "t": "In de winter gaan we schaatsen op de ijsbaan.",
   "thema": "sport"
  },
  {
   "t": "Op zondag bakt papa pannenkoeken met stroop.",
   "thema": "eten"
  },
  {
   "t": "Ik eet graag een boterham met hagelslag.",
   "thema": "eten"
  },
  {
   "t": "In de zomer eten we ijsjes op het strand.",
   "thema": "eten"
  },
  {
   "t": "Mijn favoriete fruit is een rijpe mango.",
   "thema": "eten"
  },
  {
   "t": "Voor mijn verjaardag bakt oma een grote taart.",
   "thema": "eten"
  },
  {
   "t": "Wil jij ketchup of mayonaise op je friet?",
   "thema": "eten"
  },
  {
   "t": "Bij de markt kopen we verse appels en peren.",
   "thema": "eten"
  },
  {
   "t": "Soep is lekker als het buiten koud is.",
   "thema": "eten"
  },
  {
   "t": "In de pauze speel ik tikkertje met mijn vrienden.",
   "thema": "school"
  },
  {
   "t": "De juf schrijft de som op het bord.",
   "thema": "school"
  },
  {
   "t": "Voor mijn werkstuk typ ik een verhaal over haaien.",
   "thema": "school"
  },
  {
   "t": "Saar en Noah zitten naast elkaar in de klas.",
   "thema": "school"
  },
  {
   "t": "Na de gymles gaan we samen naar huis.",
   "thema": "school"
  },
  {
   "t": "Morgen hebben we een toets over de provincies.",
   "thema": "school"
  },
  {
   "t": "Mijn beste vriend woont twee straten verderop.",
   "thema": "school"
  },
  {
   "t": "Op het schoolplein staat een grote kastanjeboom.",
   "thema": "school"
  },
  {
   "t": "Om 8:30 begint de school, om 14:00 is het uit.",
   "thema": "tekens"
  },
  {
   "t": "Mijn e-mail heeft 3 bijlagen: foto's van de reis.",
   "thema": "tekens"
  },
  {
   "t": "Wist je dat een jaar 365 dagen heeft?",
   "thema": "tekens"
  },
  {
   "t": "Pas op: nog maar 5 minuten tot de bel!",
   "thema": "tekens"
  },
  {
   "t": "De trein van 9:15 heeft 10 minuten vertraging.",
   "thema": "tekens"
  }
 ],
 "teksten": {
  "dieren": "De jachtluipaard is het snelste dier op het land. Hij kan in een paar tellen heel hard gaan rennen. Zijn lange staart helpt hem om in balans te blijven als hij een bocht maakt. Overdag ligt hij graag in de schaduw van een boom. Als hij honger heeft, sluipt hij stil door het hoge gras. Pas als hij dichtbij is, zet hij een sprint in.",
  "sport": "Op zaterdag heeft ons team een belangrijke wedstrijd. We warmen eerst goed op met rondjes rennen. Daarna oefenen we nog even met de bal. Als de scheidsrechter fluit, begint het spel. Iedereen doet zijn best en we helpen elkaar. Aan het eind staat het twee tegen twee. Toch zijn we blij, want we hebben goed samengewerkt.",
  "eten": "Vandaag maken we samen pannenkoeken. Eerst doen we bloem in een grote kom. Daarna komen er melk en eieren bij. Met een garde roeren we alles tot een glad beslag. Papa bakt de pannenkoeken in een hete pan. Ik mag ze omdraaien met een spatel. Met stroop of suiker zijn ze het lekkerst. Wie wil er nog eentje?",
  "school": "Mijn klas doet mee aan een project over de ruimte. Iedereen kiest een planeet om over te schrijven. Ik heb Mars gekozen, de rode planeet. Op de computer zoek ik informatie op. Daarna typ ik mijn werkstuk, zonder naar het toetsenbord te kijken. Juf zegt dat ik al heel snel ben geworden. Volgende week mag ik het aan de klas laten zien.",
  "natuur": "In het bos is het stil en koel. De bladeren van de bomen worden in de herfst rood, oranje en geel. Op de grond liggen kastanjes en eikels. Een eekhoorn verstopt zijn voorraad voor de winter. Als je goed luistert, hoor je een specht kloppen. Bij de beek drinkt een ree van het heldere water. Wat is de natuur toch mooi!",
  "verhaal1": "Achter het dorp stond een oud kasteel. Niemand ging er ooit naar binnen, want de poort zat altijd op slot. Maar op een dag zag Fleur dat de poort op een kier stond. Voorzichtig duwde ze de zware deur open. In de grote hal was het donker en stoffig. Aan de muur hing een oude kaart met een rood kruis erop.",
  "verhaal2": "Fleur bekeek de kaart heel goed. Het rode kruis wees naar de hoogste toren van het kasteel. Ze liep de wenteltrap op, tree voor tree. Boven aangekomen vond ze een kleine houten kist. Op het deksel stonden vreemde letters. Het leken wel de letters van een toetsenbord! Zou ze het raadsel kunnen oplossen?",
  "verhaal3": "Op de kist zat een slot met tien knoppen. Naast het slot stond een gedicht: wie tien vingers goed gebruikt, vindt de schat die niemand zoekt. Fleur legde haar vingers op de knoppen, net als op een toetsenbord. Haar wijsvingers vonden twee kleine bobbeltjes. Ze typte heel rustig een woord, zonder te kijken.",
  "verhaal4": "Klik! Het slot sprong open. In de kist lag een gouden toets met een bliksem erop. Toen Fleur hem oppakte, begon de toets zacht te gloeien. Vanaf die dag typte ze sneller dan ooit. Haar vrienden noemden haar voortaan Flitsvingers. En de gouden toets? Die bewaart ze nog altijd op haar bureau."
 },
 "examens": [
  "Het was een zonnige dag in de zomervakantie. Lisa en haar broer Daan fietsten samen naar het strand. Onderweg zagen ze koeien in de wei en een boer op zijn trekker. Bij het strand zetten ze hun fietsen tegen een hek. Het water was nog koud, maar dat vonden ze niet erg. Ze bouwden een groot zandkasteel met torens en een gracht. Daan zocht schelpen om de muren te versieren. Lisa groef een lange geul naar de zee, zodat de gracht vol water liep. Een meeuw kwam nieuwsgierig kijken wat ze aan het doen waren. Aan het eind van de middag kochten ze allebei een ijsje. Moe maar tevreden fietsten ze terug naar huis. Thuis vertelden ze hun ouders alles over hun mooie dag. Volgend jaar willen ze een nog groter kasteel bouwen, met wel tien torens!",
  "In de klas van meester Ruben hangt een grote kaart van Nederland. Elke week mag een ander kind een provincie kiezen. Deze week is Noah aan de beurt. Hij kiest Friesland, omdat zijn opa daar woont. Noah vertelt over de Elfstedentocht, een schaatstocht langs elf steden. Hij laat foto's zien van de meren en de molens. Daarna mogen de andere kinderen vragen stellen. Hoe koud moet het zijn om te kunnen schaatsen? Hoe lang is de tocht? Noah weet bijna alle antwoorden. Meester Ruben is trots op hem. Na de les typt iedereen een korte tekst over wat ze geleerd hebben. Omdat de kinderen blind kunnen typen, zijn ze snel klaar. Er is zelfs nog tijd over voor een spelletje.",
  "Mijn oma heeft een moestuin achter haar huis. In het voorjaar zaaien we samen worteltjes, bonen en sla. Elke dag geven we de plantjes water, behalve als het regent. Na een paar weken komen de eerste groene blaadjes boven de grond. Oma laat me zien hoe je onkruid herkent. In de zomer plukken we aardbeien en frambozen. Sommige eet ik meteen op, omdat ze zo lekker zijn. Van de rest maakt oma jam. In de herfst halen we de pompoenen binnen. Die zijn zo zwaar dat ik ze met twee handen moet dragen. Van een pompoen maken we soep, en van een andere een lampion. Ik vind het fijn om bij oma in de tuin te helpen. Je leert er echt veel van.",
  "Op een koude winterochtend lag er een dikke laag sneeuw. Alle kinderen in de straat renden naar buiten. Ze bouwden een sneeuwpop met een wortel als neus. Daarna hielden ze een sneeuwballengevecht. Tess en Finn maakten een fort van sneeuw om zich achter te verstoppen. Toen ze het koud kregen, gingen ze naar binnen. De moeder van Finn maakte warme chocolademelk met slagroom. Bij de verwarming droogden hun handschoenen en mutsen. Door het raam zagen ze de sneeuw nog steeds zachtjes vallen. Ze speelden een bordspel en lachten om de grapjes van Finn. Later die middag gingen ze nog met de slee van de heuvel in het park. Wat een fantastische dag was het!"
 ]
}